Blog: Dood door schuld

Door: Siewert Lindenbergh, commissielid Schadefonds Geweldsmisdrijven

In het afgelopen halve jaar waarin het Schadefonds Geweldsmisdrijven bevoegd is om tegemoetkomingen te doen aan nabestaanden van personen, die omkwamen door schuld van een ander, werden ongeveer 130 aanvragen ingediend. Het gaat bij dood door schuld niet om geweldsmisdrijven en daarom was een aparte wettelijke regeling nodig om een tegemoetkoming uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven mogelijk te maken. Inmiddels zijn veertig aanvragen afgehandeld. Vaak waren er meer nabestaanden van één slachtoffer. Meestal lag er een veroordeling door de rechter en konden we de aanvraag na dossieronderzoek toewijzen. Soms lag dat anders, bijvoorbeeld omdat het Openbaar Ministerie geen aanleiding had gezien om te vervolgen: dan ligt toekenning van een tegemoetkoming bij ons ook moeilijk. Of omdat de autoverzekeraar van de aansprakelijke dader een (zeer) royaal gebaar heeft gemaakt, want het Schadefonds mag alleen een tegemoetkoming bieden als de schade niet op andere wijze is vergoed.

In de meeste gevallen wordt per nabestaande 5.000 euro toegewezen wegens immateriële schade. Dat is een vaste tegemoetkoming die het Schadefonds sinds 2012 mag uitkeren aan nabestaanden van geweldsmisdrijven. Dit is eigenlijk de ‘voorloper’ van de civielrechtelijke vergoeding wegens ‘affectieschade’ die nu in een wetsvoorstel aan de Tweede Kamer voorligt. Het Schadefonds heeft al een fors aantal jaren ervaring met het bieden van deze tegemoetkomingen. Maar het gaat om meer. Hoe bescheiden financiële tegemoetkoming in verhouding tot het onmetelijk verlies van deze mensen ook is, wij denken dat de tegemoetkoming een symbolische, maatschappelijke erkenning is van het feit dat een dierbare als gevolg van een misdrijf om het leven kwam.

Naast de tegemoetkoming wegens immateriële schade kan er plaats zijn voor een tegemoetkoming in de kosten van de uitvaart en in de derving van het levensonderhoud, waarin de getroffene voor zijn overlijden voorzag. Voor deze schadeposten gelden speciale beleidsregels.

En dan volgt onze brief aan de nabestaanden met de uitleg over het toekennen van een uitkering:

‘Wij kunnen hooguit een begin maken ons voor te stellen welke ingrijpende gevolgen het overlijden van uw zoon heeft…’

‘We leven met u mee en wensen u veel sterkte.’

‘De Commissie kan zich voorstellen dat het verlies van uw partner bij u veel verdriet heeft veroorzaakt. We wensen u veel sterkte.’

Dat zijn enkele zinnen uit beslissingen die wij in de afgelopen vijf maanden hebben genomen op aanvragen wegens dood door schuld. De gebeurtenissen zijn telkens hartverscheurend, de beslissingen zijn weloverwogen, maar wij zoeken nog naar een passende toon om de besluiten aan de aanvragers over te brengen. Want hoe doe je dat goed, een bescheiden financiële tegemoetkoming aankondigen – of, als het moet, afwijzen – aan iemand wiens leed niet in geld is uit te drukken?

De dood-door-schuld-aanvragen worden bij het Schadefonds door een speciaal team behandeld en de meeste aanvragen zijn steeds voorgelegd aan één van de voltallige raadkamers van de Commissie (dat gebeurt bij ‘gewone’ zaken alleen bij bezwaar). Zo zoeken we een weg in deze nieuwe taak. We doen daarin zonder uitzondering allemaal ons best. Maar hoe dat overkomt? Ik zou het graag horen van degenen om wie het gaat: de nabestaanden die geen half jaar leven met dood door schuld, maar de rest van hun leven.

Wilt u reageren op dit blog? Stuur dan een e-mail naar redactie@schadefonds.nl

 

image_pdfimage_print

Deel dit bericht