Blog: Vergoeding van ‘affectieschade’

Door: Siewert Lindenbergh, Commissielid Schadefonds Geweldsmisdrijven

Gaat Nederland – eindelijk – ook meedoen? Dit voorjaar nam de Tweede Kamer met algemene stemmen het ‘wetsvoorstel affectieschade’ aan. De Eerste Kamer buigt zich er nu over. Wat houdt het in? Werkt het?

‘Affectieschade’ is eigenlijk een lelijk woord, want affectie kan – gelukkig – niet beschadigd worden. Het wetsvoorstel inzake ‘affectieschade’ voorziet in smartengeld voor nabestaanden van een overledene en voor naasten van een zeer ernstig gewonde. Op dit moment hebben nabestaanden die door andermans fout een familielid verliezen alleen recht op vergoeding van financiële schade in de vorm van derving van levensonderhoud en begrafeniskosten. Wie door andermans verkeersfout een kind verliest, heeft dus (buiten de begrafeniskosten die vaak door een uitvaartverzekering zijn gedekt) geen recht op schadevergoeding. Met het wetsvoorstel wil de wetgever erkennen dat nabestaanden door het overlijden van een naaste ook ‘ander nadeel’ lijden in de vorm van verdriet om het verlies van de naaste. Die schade laat zich met (smarten)geld natuurlijk niet wegnemen, maar de erkenning heeft voor de nabestaanden wel veel betekenis. Dat weten we uit andere landen, want behalve Nederland kennen alle Europese landen inmiddels een smartengeld voor nabestaanden. In de zuidelijke landen is dat al sinds jaar en dag zo: men kent het er als vanzelfsprekend en het leidt hoogst zelden tot geschillen bij de rechter. Noordelijker landen (Engeland en Scandinavische landen) zijn in de afgelopen decennia gevolgd. En sinds deze zomer kent ook Duitsland een smartengeld voor nabestaanden. Een van de redenen daarvoor was dat de Germanwings-crash de Duitsers hun unieke positie op dit punt in internationaal opzicht inscherpte. De aanslag op de Duitse kerstmarkt heeft de invoering van het recht op smartengeld voor nabestaanden verder bespoedigd.

Met het voorstel sluit Nederland dus de rij, tenminste, als de Eerste Kamer instemt. Want de Eerste Kamer heeft in 2010 al eens een stokje gestoken voor de invoering van een vergelijkbaar wetsvoorstel. Hoewel iedereen in de praktijk (slachtofferorganisaties, maar ook verzekeraars) en de Tweede Kamer het er toen al over eens waren dat ook Nederland een smartengeld voor nabestaanden en naasten moest invoeren, had de Eerste Kamer bedenkingen: is geld hier wel op zijn plaats, heeft het wel zin, is het wel uitvoerbaar? Het is eigenlijk opmerkelijk dat de Eerste Kamer deze vragen, die in andere landen al lang bevestigend zijn beantwoord, ook nu nog stelt.

Laat ik met deze vragen in het achterhoofd terugblikken op ervaringen van het Schadefonds Geweldsmisdrijven met tegemoetkomingen aan nabestaanden. Want toen het wetsvoorstel affectieschade in 2010 door de Eerste Kamer werd verworpen, is wel de mogelijkheid gecreëerd voor nabestaanden van slachtoffers van geweldsmisdrijven om bij het Schadefonds een tegemoetkoming voor ‘affectieschade’ te vragen. En in de zomer van 2016 is deze regeling uitgebreid met gevallen van dood door schuld. Dat is uniek, omdat het Schadefonds niet eerder tegemoetkomingen bood voor schade die naar civiel recht niet voor vergoeding in aanmerking komt.

Het Schadefonds Geweldsmisdrijven kent dus al sinds jaren de mogelijkheid om aan nabestaanden een tegemoetkoming te verstrekken voor de door hen geleden niet-financiële schade. Het Schadefonds hanteert daarvoor een bedrag van 5.000 euro per nabestaande. Onder omstandigheden kan daarnaast bij overlijden, maar ook bij ernstig letsel van een naaste, een tegemoetkoming van 5.000 euro worden geboden aan degenen die het geweldsmisdrijf waardoor de naaste werd getroffen hebben waargenomen. Deze tegemoetkomingen worden tamelijk veelvuldig aangevraagd, zeker in gevallen van dood door schuld. En behalve in gevallen waarin de overledene zelf geen ‘schone handen’ had (bijvoorbeeld omdat hij omkwam bij een ‘ripdeal’) geschiedt de toekenning ervan eigenlijk probleemloos. Uit onderzoek onder aanvragers van tegemoetkomingen bij het Schadefonds blijkt over het algemeen een zeer grote tevredenheid met de tegemoetkomingen. Over de recentere aanvragen na dood door schuld is nog geen onderzoek beschikbaar, maar de aanvragen doen ons vermoeden dat ook hier in een belangrijke behoefte wordt voorzien. Natuurlijk kan met geld, en zeker met een bescheiden tegemoetkoming, het verlies niet worden weggenomen, maar het kan er wel toe bijdragen dat nabestaanden met aandacht voor het verleden weer vooruit kunnen kijken.

Is met de voorziening bij het Schadefonds dan niet al genoeg gedaan? Is vergoeding van ‘affectieschade’ in andere gevallen en in ruimere mate nog wel nodig? Mijn ervaring met de ‘dood door schuldzaken’ sterken mij in de gedachte dat het voor nabestaanden vaak niet veel uitmaakt of iemand door ‘strafrechtelijke schuld’ of door een minder ernstige schuldvorm is overleden. Juist vanuit erkenningsperspectief is dat onderscheid niet zinvol te maken: in alle gevallen waarin iemand door andermans fout komt te overlijden of ernstig gewond raakt is die erkenning op haar plaats. Hooguit kan men in de verschillende gevallen, zoals het wetsvoorstel beoogt, in de hoogte van de vergoeding nog verschil aanbrengen.

En er is nog een voordeel: de tegemoetkomingen die het Schadefonds nu biedt, kunnen – bij ontbreken van een civielrechtelijke aanspraak – niet op de dader worden verhaald. Hebben naasten en nabestaanden een wettelijke aanspraak op smartengeld, dan kan het bedrag ook bij de dader in rekening worden gebracht.

Het is dus tijd…

image_pdfimage_print

Deel dit bericht