Blog: ‘Komt een vrouw bij de dokter’

Door: Monique de Groot, directeur-secretaris Schadefonds Geweldmisdrijven

In mijn blog van november 2016 had ik het over het onderzoek dat het Schadefonds heeft laten doen naar de vraag hoe wij onze doelgroep beter kunnen bereiken. Een van de bevindingen van dit onderzoek is dat we ons het best kunnen richten op professionals die in contact komen met slachtoffers van geweldsmisdrijven. Partijen in de strafrechtsketen zoals politie, Openbaar Ministerie en Slachtofferhulp Nederland bezoeken wij al regelmatig om voorlichting te geven over ons bestaan, werkwijze en de criteria om in aanmerking te komen voor een financiële tegemoetkoming. Zo hebben we afgelopen jaar bij de politieacademie een presentatie mogen geven aan politiemedewerkers in opleiding en zijn we bij een landelijk overleg van zedenrechercheurs geweest. Wij hebben inmiddels ook een vaste plek in de SSR-opleiding (opleiding voor Openbaar Ministerie en rechters) en gaan een paar keer per jaar met de schadefondsspecialisten van Slachtofferhulp Nederland in gesprek.

Het onderzoek gaf aan dat het goed zou zijn om ook huisartsen, ziekenhuizen en de GGZ-sector in onze voorlichting op te nemen. Daarmee zijn we aan de slag gegaan. In het eerste kwartaal van 2017 ontvangen alle huisartspraktijken in Nederland van ons een brief met een aantal folders om in de wachtruimte neer te leggen. Desgewenst kunnen de huisartsen meer folders bij ons opvragen.

De huisarts is een logische plek om aandacht voor het Schadefonds te vragen. Voorwaarde om voor een uitkering uit het fonds in aanmerking te komen is immers dat iemand ernstig lichamelijk of geestelijk letsel heeft opgelopen. En in die gevallen zal het bijna niet anders kunnen dan dat de huisarts daarbij betrokken is.

Het onderzoek leerde ons ook dat slachtoffers het prettig vinden om een folder mee te kunnen nemen om die op een rustig moment nog eens te bekijken en dan de afweging te maken of zij een aanvraag willen indienen. Een papieren folder klinkt voor de moderne digitale mens misschien verouderd, maar kennelijk sluit deze wel aan bij de behoefte. De behoefte om, zoals uit het onderzoek bleek, het liefst kort na het geweldsincident geïnformeerd te worden over de mogelijkheden om een schadevergoeding aan te vragen bij het Schadefonds. Slachtoffers willen tastbaar en helder informatiemateriaal over het Schadefonds zodat ze er thuis over kunnen nadenken en later kunnen beslissen of ze een aanvraag willen indienen. De eerste fase is misschien het meest kansrijke moment om slachtoffers te informeren , maar het is niet altijd het moment dat slachtoffers er voor open staan. De behoefte aan schadevergoeding bestaat vaak niet direct na het misdrijf maar deze ontstaat later. Niet alleen omdat de prioriteiten van slachtoffers in de eerste fase elders liggen maar ook omdat schade zich pas later kan manifesteren. Het slachtoffer moet dan kunnen teruggrijpen op eerder verstrekte, heldere informatie over het Schadefonds.

Van twee huisartsenpraktijken kregen we de brief retour met de melding dat zij geen folders meer in de wachtruimte hebben, maar dat zij wel informatie presenteren op een beeldscherm in de wachtkamer. We laten daarom voor deze moderne praktijken, waar er vast meer van zijn, een informatiepagina over het Schadefonds ontwikkelen. Als u hierin geïnteresseerd bent, kunt u een e-mail sturen naar redactie@schadefonds.nl

Om te achterhalen of de informatie bruikbaar is voor huisartsenpraktijken neemt een MBO-student communicatie, die stage loopt bij het Schadefonds, telefonisch contact op met een aantal praktijken.

Naast het toesturen van informatiemateriaal aan huisartsen, heeft het Schadefonds een redactioneel artikel laten plaatsen in enkele vakbladen. Zo zijn er in het eerste kwartaal van 2017 artikelen verschenen in Arts & Auto, MedZ (tweemaandelijks vakblad voor praktijkhouders in de huisartsenzorg) en PSC Magazine (Platform voor coaching, counseling & psychologie). We zijn inmiddels ook plannen aan het maken om ziekenhuizen en de GGZ-sector te benaderen. Daarbij betrekken we vanzelfsprekend de ervaringen die we met de huisartsen hebben opgedaan.

 

Deel dit bericht