Uit de praktijk: verkeersongeval

Dankzij de uitbreiding van de doelgroep van het Schadefonds Geweldsmisdrijven per 1 juli 2016, na 4 jaar alsnog een tegemoetkoming na een verkeersongeval.

Het ongeval
In 2012 veroorzaakt Hendrik* een ernstig ongeluk. Kort nadat hij zijn rijbewijs heeft gehaald, haalt hij zijn vriend Mark* en Marks vader, meneer De Vries*, op om samen een ritje te maken. Met hoge snelheid, bijna 100 km per uur, rijdt hij op een weg waar de maximaal toegestane snelheid 50 km per uur is. Door de hoge snelheid heeft Hendrik onvoldoende controle over de auto en hij verliest de controle over het stuur. De auto belandt in de linkerberm en vervolgens nog in de rechterberm. Met een klap komt de auto uiteindelijk tegen een boom tot stilstand. Mark overlijdt ter plekke en meneer De Vries en Hendrik raken gewond.

Kort na het ongeval komt meneer De Vries via de politie in contact met Slachtofferhulp Nederland. Een medewerker van Slachtofferhulp Nederland verwijst meneer De Vries voor de afwikkeling van de schade door naar een letselschadebureau. Het bureau zal de schadevergoeding met de verzekeringsmaatschappij van Hendrik, de veroorzaker van het ongeval, afwikkelen. Meneer de Vries ontvangt uiteindelijk een schadevergoeding van de verzekering, maar dit is niet voor immateriële schade.

Hendrik wordt zowel in eerste aanleg als in hoger beroep veroordeeld voor dood door schuld art. 6 WvW.

Uitbreiding doelgroep Schadefonds Geweldsmisdrijven
Per 1 juli 2016 werd de doelgroep van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven uitgebreid. Ook nabestaanden van dood door schulddelicten kunnen nu een aanvraag indienen voor een financiële tegemoetkoming. Ook nabestaanden die in het verleden nabestaanden werden door dood door schuld, tot 10 jaar terug, kunnen alsnog een aanvraag indienen.

Alle medewerkers van Slachtofferhulp Nederland werden hiervan op de hoogte gebracht. Met de oproep om na te gaan of zij nabestaanden hebben ondersteund die nu mogelijk alsnog in aanmerking komen voor een tegemoetkoming van het Schadefonds Geweldsmisdrijven. De betreffende medewerker moet meteen aan meneer De Vries denken, die zijn zoon verloor in 2012. Hij neemt contact op en informeert meneer De Vries over de mogelijkheden.

Alsnog een aanvraag
Meneer De Vries wil er even over nadenken. Hij had het juridische en financiële deel voor zichzelf afgesloten. Hij vraagt zich af of hij er goed aan doet het traject weer te openen. Na een paar dagen besluit hij het toch te doen. Hij belt de medewerker van Slachtofferhulp Nederland en geeft aan gebruik te willen maken van de mogelijkheid die het Schadefonds biedt.

Door de verzekeraar van de dader is al een behoorlijk bedrag toegekend aan meneer De Vries. Het letselschadebureau wordt gevraagd een overzicht te geven van de schadeposten die al aan de nabestaande zijn vergoed. Het letselschadebureau zorgt, samen met de jurist van de verzekeringsmaatschappij, voor een duidelijk overzicht. Hieruit blijkt dat de verzekeraar zowel shockschade als de in de wet genoemde schadeposten, die bij overlijden voor vergoeding in aanmerking komen – zoals begrafeniskosten – aan meneer De Vries heeft vergoed. Wat niet door de verzekeraar is uitgekeerd, is smartengeld wegens het verlies van een naaste. Wettelijk gezien is dit ook (nog) niet mogelijk in Nederland. De medewerker van Slachtofferhulp Nederland vult hiervoor – samen met meneer De Vries – het aanvraagformulier in en dient het in bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven.

De aanvraag van meneer De Vries wordt toegewezen. Hij ontvangt € 5000,- voor de immateriële schade. Meneer De Vries is erg dankbaar voor dit besluit. Hij voelt zich erkend in zijn leed als gevolg van het verlies van zijn zoon.

* In het artikel zijn fictieve namen gebruikt.

Deel dit bericht