“Laat slachtoffers het Schadefonds niet missen” - directeur Monique de Groot
“Laat slachtoffers het Schadefonds niet missen” - directeur Monique de Groot
Vanaf 1976 doen we ons best om er te zijn voor slachtoffers. Lukt ons dat ook? We gaan in gesprek met onze directeur Monique de Groot.
Wat doet het Schadefonds Geweldsmisdrijven voor slachtoffers van geweldsmisdrijven of seksuele misdrijven? Directeur Monique de Groot legt het graag uit. “Ook als je als professional niks meer kunt betekenen voor een slachtoffer, bedenk dan dat wij misschien nog wel iets kunnen doen.”
De uitgangspunten bij de oprichting van het Schadefonds waren ‘erkenning geven, recht doen aan slachtoffers en herstel van vertrouwen’. “In 50 jaar is er veel veranderd, maar deze zijn altijd hetzelfde gebleven”, zegt Monique. “We hopen dat zoveel mogelijk slachtoffers van geweldsmisdrijven of seksuele misdrijven hun weg naar ons vinden. Veel mensen horen van ons via Slachtofferhulp Nederland, de politie of het OM.”
Ook zonder rechtszaak
Als er niemand is bij wie het slachtoffer een schadevergoeding kan claimen, kan het Schadefonds veel toegevoegde waarde hebben. “Bijvoorbeeld in rechtszaken waarin geen dader is gevonden of vervolgd, of is vrijgesproken. Maar ook zonder rechtszaak of veroordeling kunnen mensen bij ons terecht”, benadrukt Monique. “Wij nemen bovendien nooit contact op met de dader. Voor aanvragers is dit belangrijk, weten we – zeker bij zaken waarbij een bekende de beschuldigde is.”
Het gaat niet om bewijzen
Bij de beoordeling van een aanvraag kijken de juristen van het Schadefonds naar de aannemelijkheid van het slachtofferschap. Het gaat dus om de slachtoffers en de nare gevolgen die zij hebben ondervonden. “Dat is een fundamenteel andere blik dan bewijzen of iemands iets heeft misdaan, zoals in het strafrecht.”
11.000 aanvragen per jaar
In 1976 was het Schadefonds een van de eerste slachtofferorganisaties in Nederland. Er werkten toen vijf medewerkers plus vijf Commissieleden, die alle aanvragen per post binnenkregen. “Gemiddeld duurde de behandeling van een aanvraag – niet schrikken – twee jaar.” Gelukkig zijn de tijden veranderd: op dit moment telt het Schadefonds bijna 130 medewerkers – naast tien Commissieleden – die jaarlijks rond de 11.000 aanvragen behandelen. “En met gemiddeld acht weken is de beslissingstermijn een stuk korter dan in 1976.”
Herstel door erkenning
Wat denkt Monique zelf: draagt de financiële tegemoetkoming daadwerkelijk bij aan erkenning voor slachtoffers? “Dat zal voor iedereen verschillend zijn. Diverse onderzoeken laten zien dat de tegemoetkoming, en ook onze empathische werkwijze, als erkenning voelen en zelfs bijdragen aan psychisch herstel. Er is zelfs een opvallend onderzoek dat ook een positief effect zag op lichamelijk herstel.* Mensen krijgen meer energie, kunnen weer meer aan. Ik hoop van harte dat veel slachtoffers dit zo ervaren.”
Kortere vragenlijst
Het Schadefonds werkt er in ieder geval hard aan om het aanvragers zo makkelijk mogelijk te maken. “Op onze website staat een korte vragenlijst die snel een indicatie geeft of een aanvraag kansrijk is om in te dienen. De aanvraag zelf kan via een e-formulier, dat veel minder vragen bevat dan vroeger. Mensen zijn dus sneller klaar met invullen. Per post sturen kan overigens ook nog steeds.”
Normale taal
Waar de laatste tijd extra veel aandacht voor was binnen de organisatie: het taalgebruik in brieven, dat soms onnodig ingewikkeld was. “Via een intern project hebben we onze schrijfstijl aangepast naar B1-taalniveau. Zoveel mogelijk normale woorden, zo min mogelijk juridisch jargon. Niemand zit te wachten op complexe taal, zeker niet na een ingrijpende gebeurtenis.”
Steeds een stap beter
Slachtofferrechten hebben zich enorm ontwikkeld in de 50 jaar dat het Schadefonds bestaat, ziet Monique. “Het spreekrecht voor slachtoffers in een strafzaak is hierin een grote stap geweest. Ook het kunnen ‘voegen als benadeelde partij’ is belangrijk: als betrokkene kun je je nu volwaardig aansluiten bij het strafproces om een schadevergoeding te krijgen van de verdachte. Daar moest je vroeger een aparte civiele procedure voor starten.”
Voorschot via CJIB
Een andere versterking van rechten vindt ze de voorschotregeling van het CJIB, waarmee slachtoffers de schadevergoeding die door de rechter werd bepaald, vooruitbetaald krijgen. Het CJIB haalt dit bedrag zelf weer bij de dader op. “En natuurlijk de mogelijkheid tot herstelbemiddeling of mediation, daarmee worden ook mooie resultaten bereikt.”
De last van opnieuw vertellen
Is dan alles goed geregeld voor slachtoffers? “Nee, het kan nog beter. Bijvoorbeeld de gegevensuitwisseling tussen partijen binnen de slachtofferketen. Slachtoffers moeten nog te vaak hun verhaal opnieuw doen. Tijdens de aangifte bij de politie, in het contact met Slachtofferhulp Nederland, en dan nog eens bij ons… je wil niet dat mensen elke keer opnieuw hun trieste relaas moeten vertellen. Maar op het gebied van techniek en privacy is het helaas nog niet gelukt om die systemen verantwoord aan elkaar te knopen.”
Weet dat wij bestaan
Monique heeft een duidelijke boodschap aan iedereen in de hulpverlening: “Wij willen dat zoveel mogelijk professionals weten dat het Schadefonds bestaat, zodat zij slachtoffers op ons kunnen attenderen. Ook als je als professional helaas niks meer kunt betekenen voor een slachtoffer, bedenk dan dat wij misschien nog wel iets kunnen doen.”
* Onderzoek van Mirte van Laar, masterscriptie Interventiecriminologie (Rechten), VU Amsterdam, 2023
