Justus Kox

“Er wordt nog te vaak voor het slachtoffer gedacht”

Justus Kox, directeur Sanctie- en Slachtofferbeleid binnen het directoraat-generaal Straffen en Beschermen

“Er wordt nog te vaak voor het slachtoffer gedacht”

Justus Kox, directeur Sanctie- en Slachtofferbeleid binnen het directoraat-generaal Straffen en Beschermen

Lees 50 inspirerende verhalen
Meer verhalen

Justus Kox is directeur Sanctie- en Slachtofferbeleid binnen het directoraat-generaal Straffen en Beschermen. Zijn werkterrein omvat zowel het slachtoffer- als daderdomein. Vandaar dat hij zich bezig houdt met slachtofferbeleid en slachtofferrechten, maar ook met onderwerpen als het sanctiestelsel, tbs en personen met verward gedrag.

Dat werpt meteen de eerste vraag op: is zijn werk eigenlijk wel te doen, met die totaal verschillende perspectieven? “Het zijn juist die tegengestelde belangen die ik zo interessant vind, want ze dwingen je continu om goed te blijven kijken.

Als je bijvoorbeeld nadenkt over een mogelijk idee omtrent het toekennen van meer rechten aan daders, komt automatisch ook de positie van het slachtoffer in beeld. Welke consequenties zitten er voor hen aan vast? Het brengt concrete dilemma’s op tafel die je als beleidsmaker scherp houden, en dat moet ook.”

Geen behoefte aan hele rapportages

Voor hem is autonomie een kernbegrip als het over slachtoffers gaat. “Wij hebben veel contact met ketenpartners, wetenschappers en slachtoffers zelf. Dat is onze belangrijkste bron van informatie om te bepalen waar slachtoffers zelf behoefte aan hebben. Er wordt namelijk nog te vaak voor het slachtoffer gedacht, vanuit de samenleving en de politiek. Maar wat slachtoffers willen, weten zijzelf echt het beste.”

“Wat slachtoffers willen, weten zijzelf echt het beste.”

Als voorbeeld noemt hij een motie die de Tweede Kamer eind 2024 aannam. Deze bepaalde dat slachtoffers inzage mochten krijgen in de psychologische rapportages van het Pieter Baan Centrum die over de dader gaan. “Wat blijkt? Slechts een heel klein deel van de slachtoffers heeft behoefte om het hele psychologische verleden van een dader door te lichten. Ze willen wel graag weten waarom iemand tot zijn daad gekomen is, maar daarvoor is maar een klein stukje van de informatie nodig.”

Well-informed choice

Hij ziet dat slachtofferrechten een flinke ontwikkeling hebben doorgemaakt in de laatste tien jaar. “Het meest tastbare feit is dat slachtoffers een plek in een zittingszaal kregen. Dat vond ik een grote doorbraak, tot dan toe was de redenering dat het vooral de taak van de officier van justitie was om namens het slachtoffer te spreken.”

De invoering ervan ging overigens niet vanzelf. “Hier hebben we best voor gevochten, met name rechters stonden in eerste instantie niet te springen. Op zich begrijpelijk, maar we zijn nu een aantal jaar verder en het blijkt prima te werken in de praktijk. De initiële weerstand is verdwenen.”

Ook het bestaan van de Meerjarenagenda slachtofferbeleid 2025–2028, met als titel ‘Meer recht doen’, laat zien dat versterking en verdere uitbreiding van slachtofferrechten tegenwoordig goed op de politieke kaart staan. Belangrijk hierin blijft dat slachtoffers een well-informed choice hebben. “Ofwel: dat ze goed op de hoogte zijn van de rechten die ze hebben. Het is verder aan hen of ze er iets mee doen of niet.”

Recht door de keten

De grootste opgave ziet Justus in het bewerkstelligen van een cultuurverandering ‘over de hele linie’. “Bij het OM, in de rechtspraak en bij de politie is zeker meer oog voor het slachtoffer dan voorheen, maar het kan nog beter. Secundaire victimisatie blijft op de loer liggen. In dit kader is afgelopen maart de e-learning ‘Recht door de keten’ gelanceerd.” Hierin vertellen twintig professionals hoe elk onderdeel van de keten samenwerkt om slachtoffers te ondersteunen en te beschermen.

“Bij het OM, in de rechtspraak en bij de politie is zeker meer oog voor het slachtoffer dan voorheen, maar het kan nog beter.”

“Van officier van justitie en uitvaartverzorger tot familierechercheur. Ook medewerkers van het Schadefonds delen hun verhalen.” De e-learning maakt professionals bewuster van de belangen en bejegening van slachtoffers, wat leidt tot betere uitvoering van slachtofferrechten. Bovendien helpt de training om de mens achter het dossier te blijven zien.

Sterk in je schoenen staan

Elk jaar gaat Justus op werkbezoek bij het Schadefonds. Naast gesprekken met de directeur, het hoofd Staf en de business controller praat hij ook graag met juridisch behandelaren over hun werk. “Het werkt altijd verhelderend om met mensen te praten die het werk doen. Bij een casus kun je al snel denken dat de beslissing erop voor de hand ligt. Maar vaak blijkt het toch niet zo eenvoudig om de juiste afweging te maken.”

Voor dit werk moet je best sterk in je schoenen staan, constateert hij. “Elke keer moet je kunnen verdedigen waarom de ene aanvrager wel een tegemoetkoming krijgt en de ander niet. Ik heb zonder meer respect voor de mensen die er werken, en de manier waarop ze telkens proberen om hun dienstverlening te verbeteren. Zoals het gebruik van begrijpelijke taal in hun brieven. Laten we eerlijk zijn, dat is voor juristen best een uitdaging.”

Zichtbaarheid als erkenning

Justus gelooft dat een geldbedrag zeker kan helpen om een gevoel van erkenning te geven. Toch zijn er andere vormen van erkenning, die in zijn optiek nog sterker bijdragen aan dat gevoel. De kosteloze psychosociale en juridische hulp door Slachtofferhulp Nederland bijvoorbeeld. “Daarnaast hebben getroffenen ook behoefte aan lotgenotencontact en het vertellen en vastleggen van hun verhaal.

Justus gelooft dat een geldbedrag zeker kan helpen om een gevoel van erkenning te geven. Toch zijn er andere vormen van erkenning, die in zijn optiek nog sterker bijdragen aan dat gevoel.

Dit zien we bijvoorbeeld bij de slachtoffers van de gijzeling van de school in Bovensmilde, in 1977. Ook een fysiek herinneringspunt bleek belangrijk, want dat maakt de gebeurtenis zichtbaarder en zorgt voor meer maatschappelijke erkenning. Daar werken we nu aan.”

Blijf in beweging

Hoe ziet hij de toekomst voor het Schadefonds? “De uitdaging is om de balans houden tussen het menselijke maatwerk en efficiency in de bedrijfsvoering. “Die eerste blijft belangrijk, zeker omdat het gaat om kwetsbare groepen. Maar het is wel essentieel dat het Schadefonds in beweging blijft en mogelijkheden tot innovatie onderzoekt wat betreft de werkprocessen, want op termijn zal het financieel – denk ik – niet meer haalbaar zijn om met zoveel juristen beslissingen te nemen.”

Zijn advies in deze: kijk wat je van buiten kan halen en waar je kunt samenwerken met anderen. “Je hoeft niet alles zelf te verzinnen. Er zijn meer – kleinere – uitvoeringsorganisaties die voor ditzelfde vraagstuk staan. Zeker AI biedt veel kansen om genoeg oog te blijven houden voor het menselijke aspect én doelmatig en resultaatgericht te werken.”

Delen

Lees meer verhalen

“Netwerken van georganiseerd misbruik bestaan echt. Ook hier in Nederland.”

Miranda Freriks | Oprichter van stichting Misbruikt! en van LINA, het internationale kennis- en expertisecentrum georganiseerd misbruik

Miranda werd vanaf haar vierde jaar langdurig seksueel misbruikt door een familielid.

Lees het verhaal

“Laat slachtoffers het Schadefonds niet missen”

Monique de Groot | Directeur-secretaris Schadefonds Geweldsmisdrijven

Wat doet het Schadefonds Geweldsmisdrijven voor slachtoffers van geweldsmisdrijven of seksuele misdrijven? Directeur Monique de Groot legt het graag uit.

Lees het verhaal

“De tegemoetkoming is minder belangrijk, het gaat vooral om de erkenning”

Gerben Cabboort | Adviseur Landelijk Expertiseteam Seksuele Misdrijven

Bij het Landelijk Expertiseteam Seksuele Misdrijven adviseert Gerben zijn collega’s op de werkvloer, plus beleidsbepalers binnen politie en ministeries. Waar houdt hij zich mee bezig?

Lees het verhaal