Ruth

“Mijn hart ligt bij mensen die ongevraagd ellende hebben meegemaakt”

Ruth Jager, slachtofferadvocaat

“Mijn hart ligt bij mensen die ongevraagd ellende hebben meegemaakt”

Ruth Jager, slachtofferadvocaat

Lees 50 inspirerende verhalen
Meer verhalen

Slachtofferadvocaat Ruth Jager staat nabestaanden en slachtoffers bij van ernstige gewelds- en zedenmisdrijven. Ze was betrokken bij onder meer de MH17-zaak en de zaak tegen Ali B. Zedenmisdrijven zijn een ernstig onderschat probleem, constateert ze. “Er ligt een fundamentele vraag over de werking van onze rechtsstaat.”

Lange tijd was Ruth strafrechtadvocaat, met een omvangrijke lokale praktijk waarin ze veel verdachten verdedigde. Ze moest wennen toen vanaf 2012 er opeens veel meer slachtoffers in de zittingszaal verschenen, doordat hun spreekrecht werd uitgebreid.

Verdacht sterfgeval

“Er kwam ook een verplichte opleiding voor slachtofferadvocaten. Maar daar had ik op dat moment nog geen enkele belangstelling voor.”

De omslag kwam met de vraag van een bekende: er was een verdacht sterfgeval in zijn familie en hij zocht een strafrechtadvocaat die op kon treden namens de nabestaanden. Ruth werd geraakt door zijn verhaal: ze nam de zaak aan en startte, toen als een van de weinige strafrechtadvocaten, met de opleiding.

Sterk weerwoord

Het goed betrekken van de nabestaanden bleek bepalend te zijn voor het verloop van de zaak. De familie had namelijk essentiële informatie over de overleden persoon, die zij bij hun spreekrecht konden inzetten als sterk weerwoord op de belastende verklaring van de twee verdachten. “Hun verhaal overtuigde de rechtbank, en later het Hof, dat de man zelf geen enkel aandeel had gehad in zijn overlijden.”

Deze zaak leerde haar hoe belangrijk het is dat slachtoffers en nabestaanden, net als een verdachte, vertegenwoordigd worden door een advocaat. “Nu denk ik vaker: hoe is het mogelijk dat slachtoffers zo lang niet als procesdeelnemer werden gezien? Ze stonden al die tijd langs de zijlijn terwijl het over henzelf ging.”

“Hoe is het mogelijk dat slachtoffers zo lang niet als procesdeelnemer werden gezien? Ze stonden al die tijd langs de zijlijn terwijl het over henzelf ging.”

Na het succes van deze zaak vonden meer slachtoffers en nabestaanden hun weg naar Ruth. Gaandeweg nam ze afscheid van het verdedigen van verdachten: “Mijn hart ligt bij mensen die ongevraagd ellende hebben meegemaakt.”

Verzacht de pijn

Bij veel zedenmisdrijven twijfelen de slachtoffers of ze wel aangifte moeten doen, ziet ze. “Ze zijn bang voor de gevolgen, zeker als de dader een bekende is.”

Ook denken ze vaak dat ze niet worden geloofd. Er zijn immers zelden getuigen. Bovendien raadt de politie tijdens ‘het informatief gesprek’ regelmatig aan om geen aangifte te doen vanwege gebrek aan bewijs. Het helpt al als de politie goed uitlegt waarom ze kritische vragen stellen, weet Ruth. “Maak daarbij ook duidelijk dat dit niet betekent dat je het slachtoffer niet gelooft. Dat verzacht de pijn enigszins.”

Geen zaak, wel tegemoetkoming

Gelukkig kan het Schadefonds juist in lastig bewijsbare zedenzaken enorm veel betekenen, is Ruths ervaring. Doordat het Schadefonds kijkt naar aannemelijkheid – niet bewijsbaarheid – van slachtofferschap, is het makkelijker om een dossier op te bouwen. “Dat kan bijvoorbeeld met verslagen van hulpverleners, zoals een psycholoog en het CSG.”

“Doordat het Schadefonds kijkt naar aannemelijkheid – niet bewijsbaarheid – van slachtofferschap, is het makkelijker om een dossier op te bouwen.”

Intussen heeft ze meerdere slachtoffers gehad van een zedenmisdrijf, waarbij de zaak juridisch net niet rond was te krijgen. “Maar ze ontvingen wel een tegemoetkoming van het Schadefonds. Dat heeft deze slachtoffers zóveel goed gedaan. Ze kregen toch een vorm van erkenning, ondanks dat er geen vervolging plaatsvond. En erkenning zorgt weer voor een betere verwerking van het verdriet, blijkt uit onderzoek.”

Geen heftige emoties

De veroordeling in hoger beroep van Ali B. vindt ze een regelrechte doorbraak op meerdere fronten. “Het verhaal van mijn cliënt, Ellen ten Damme, toonde duidelijk aan: je kunt iets vreselijks als een verkrachting meemaken zonder dat erna direct heftige emoties loskomen. Bovendien kan er tijd overheen gaan voordat je erover wil praten, en ook dan kunnen die emoties uitblijven.”

Dit versterkt de positie van slachtoffers van zedenmisdrijven: “Tot nu toe bestond alleen het beeld van het slachtoffer als emotioneel wrak. Maar er is geen eenduidige manier waarop slachtoffers zich gedragen. Dat inzicht is nu breed geaccepteerd.”

“Tot nu toe bestond alleen het beeld van het slachtoffer als emotioneel wrak. Maar er is geen eenduidige manier waarop slachtoffers zich gedragen. Dat inzicht is nu breed geaccepteerd.”

Steunbewijs helpt

Bovendien is de uitspraak een belangrijk signaal naar slachtoffers: veroordeling is mogelijk, ook zonder getuigen. De rol van ondersteunend bewijs is daarbij groter dan slachtoffers misschien denken.

“Een appje, een blauwe plek, verklaringen van anderen… elk op zich kunnen ze een aangifte ondersteunen, omdat ze een beeld vormen van een situatie of een verdachte.”

Vreselijke cijfers

Ruth haalt een Europees onderzoek aan dat de scheve verhouding tussen gepleegde zedenmisdrijven en vervolgingen blootlegt. Slechts een klein deel van de slachtoffers van verkrachting meldt zich bij de politie: de schatting is minder dan 15%. In Nederland leidt maar een beperkt aantal van die meldingen tot een aangifte. Vervolgens wordt meer dan de helft hiervan geseponeerd. Uiteindelijk komt minder dan één procent van de zedenmisdrijven voor de rechter.

Dit zijn vreselijke cijfers, vindt ze. “Tijdens de zitting in de zaak tegen Ali B. zei ik: ‘We moeten ons in de rechtspraak gaan afvragen in hoeverre wij daders van zedenmisdrijven faciliteren, doordat veroordeling van plegers zo moeilijk is.’ Dat meen ik: er ligt een fundamentele vraag over de werking van onze rechtsstaat. Er is beweging, maar we zijn er helaas nog lang niet.”

Delen

Lees meer verhalen

“Achter mijn grote mond schuilde veel onzekerheid en verdriet”

Marjolijn | Slachtoffer seksueel misbruik

Marjolijn dacht heel lang dat het seksuele misbruik in haar jeugd haar eigen schuld was. Pas jaren later lukte het haar om dit gevoel los te laten. Het indienen van een aanvraag bij het Schadefonds speelde een grote rol hierin.

Lees het verhaal

“Het Schadefonds mag zichzelf meer in de kijker spelen”

Iva Bicanic | Founding mother van het Centrum Seksueel Geweld, directeur kennisontwikkeling bij het Landelijk Centrum Seksueel Geweld, hoogleraar seksueel misbruik van kinderen en klinisch psycholoog aan het UMC Utrecht

Iva: “Het actief aanbieden van laagdrempelige hulp werkt erg goed.”

Lees het verhaal

“Netwerken van georganiseerd misbruik bestaan echt. Ook hier in Nederland.”

Miranda Freriks | Oprichter van stichting Misbruikt! en van LINA, het internationale kennis- en expertisecentrum georganiseerd misbruik

Miranda werd vanaf haar vierde jaar langdurig seksueel misbruikt door een familielid.

Lees het verhaal