Christiaan

“Je hebt 50 jaar ervaring, je bent één grote kennisbank. Als iemand recht van spreken heeft, is dat het Schadefonds”

Christiaan Ruppert, rechtshistoricus en gastonderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NCSR)

“Je hebt 50 jaar ervaring, je bent één grote kennisbank. Als iemand recht van spreken heeft, is dat het Schadefonds”

Christiaan Ruppert, rechtshistoricus en gastonderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NCSR)

Lees 50 inspirerende verhalen
Meer verhalen

“Trek een grotere broek aan”, zegt Christiaan Ruppert onomwonden tegen het Schadefonds. Hij is een van de grootste experts op het gebied van collectieve schadevergoedingen. Zijn boodschap: de overheid moet de kennis van het Schadefonds over omgang met slachtoffers en tegemoetkomingsregelingen veel meer benutten, zowel op strategisch beleidsniveau als qua uitvoering.

Christiaan is rechtshistoricus en gastonderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving, NCSR. Hij maakte naam als projectleider Joodse Tegoeden Tweede Wereldoorlog bij het Ministerie van Financiën. Daarna was hij secretaris van de onderzoekscommissies naar seksueel misbruik in de jeugdzorg (Commissie-Samsom), en geweld in de jeugdzorg (Commissie-De Winter). Beide regelingen werden uitgevoerd door het Schadefonds.

Te juridische regeling

Bij de regeling Samsom (2020) zag hij wat er fout kon gaan in het geven van erkenning. “De regeling bestond in feite uit twee regelingen. Één was veel te juridisch ingestoken: slachtoffers moesten onder meer de nodige bewijzen aandragen. Probeer dat maar eens als iets 40 of 50 jaar geleden is gebeurd.” Dit had nare gevolgen, zo bleek uit een evaluatie van Cebeon.

“Slachtoffers kregen het gevoel dat het meer over papierwerk ging dan over henzelf en hun verhaal.” De onvrede lag niet aan de uitvoering van het Schadefonds, benadrukt hij: deze ‘weeffout’ was ingegeven door de politiek.

Kracht van persoonlijk contact

Die harde les werd meegenomen bij de regeling De Winter, in 2021-2022. Hierover waren de meeste mensen wel tevreden, liet een evaluatie zien. “De manier waarop ze werden behandeld woog voor de meeste slachtoffers het zwaarst. Het feit dat ze hun verhaal konden vertellen aan een empathische jurist van het Schadefonds gaf hun een daadwerkelijk gevoel van erkenning. De hoogte van het geldbedrag was minder relevant.”

Die kracht van persoonlijk contact is universeel, blijkt uit zijn boek ‘Collectieve schade. Geef slachtoffers erkenning en genoegdoening’ (2023, met regelmatige updates). Hierin vergelijkt hij meer dan vijftig regelingen voor collectieve schade op allerlei terreinen: van Chroom-6 en Q-koorts tot de toeslagenaffaire en de aardbevingsschade in Groningen.

Groot verschil in tevredenheid

Zijn omvangrijke onderzoek toonde aan dat de tevredenheid bij slachtoffers over hun regeling enorm varieerde. Bij ongeveer een derde van de regelingen waren ze tevreden, maar bij een derde totaal niet. Dat had altijd te maken met de aandacht die er wel of niet was voor hun verhaal.

Daarbij maakt het niet uit waar je slachtoffer van bent, ontdekte hij: “Erkenning zit altijd in het gehoord en gezien worden, nooit in geld alleen.”

“Erkenning zit altijd in het gehoord en gezien worden, nooit in geld alleen.”

Monument als erkenning

Het goede nieuws: de overheid kan die erkenning op allerlei manieren realiseren, die bovendien vrij eenvoudig zijn. Christiaan benoemt een aantal: “Op tijd excuses maken, zonder dat er publicitaire druk nodig is. Het oprichten van een monument: fysiek of digitaal, zoals een documentaire. En het faciliteren van slachtoffergroepen, zodat mensen elkaar vinden en samen hun verhaal kunnen dragen.”

Helaas lukt het de overheid nog te weinig om deze zaken van de grond te krijgen en zo een menselijk gezicht te tonen. Als wrang voorbeeld noemt hij het Nationaal Monument Jeugdzorg, voor alle kinderen die te maken hebben gehad met mishandeling, misbruik en andere vormen van geweld in de jeugdzorg. “Het heeft acht jaar geduurd voordat een gemeente – in dit geval Apeldoorn – bereid was dit monument te plaatsen.”

“De overheid kan erkenning op allerlei manieren realiseren. Helaas lukt het nog te weinig om deze zaken van de grond te krijgen en zo een menselijk gezicht te tonen.”

Een beleidskader ontbreekt

Er is nog een ander structureel probleem, ziet hij: een overheid die telkens opnieuw het wiel uitvindt. “Elke keer wordt een compensatieregeling opnieuw uitgedacht en een nieuwe uitvoeringsinstantie opgetuigd.”

Daar komt bij dat het merendeel van de regelingen niet stilstaat: ze worden voortdurend uitgebreid. Dat gebeurt zodra er ontevredenheid is over de bestaande regeling, bijvoorbeeld in de Tweede Kamer.” De ergste zijn de aardbevingsschade in Groningen en de toeslagenaffaire. Dat continu in beweging zijn is een ramp voor uitvoerders.”

Niet efficiënt dus, en ook niet wenselijk. Hij vindt dat de overheid duidelijke uitgangspunten moet formuleren voor alle regelingen die ze wil uitvoeren, zodat een consistent beleidskader ontstaat.

Schadefonds, partner bij uitstek

Hierbij ziet hij een grote rol voor het Schadefonds: “Ze hebben decennialang ervaring met erkenning geven in combinatie met compensatie. Het Schadefonds is de partner bij uitstek om strategisch mee te laten denken over zo’n beleidskader.”

Ook de uitvoering van alle regelingen moet wat hem betreft zoveel mogelijk bij het Schadefonds worden ondergebracht. “Ze hebben én ervaring met de omgang met slachtoffers én praktijkkennis van de uitvoering.”

Zijn advies aan het Schadefonds is dan ook: zoek de publiciteit op en spreek je uit over je waardevolle expertise. “Trek een grotere broek aan, wacht niet af. Roer je in de discussie over die uitgangspunten voor regelingen. Vertel hoe je omgaat met slachtoffers. Je hebt 50 jaar ervaring, je bent één grote kennisbank. Als iemand recht van spreken heeft, zijn jullie het.”

Delen

Lees meer verhalen

“Persoonlijke aandacht is de sleutel voor slachtoffers tot het ervaren van erkenning”

Arlette Schijns | Voorzitter van de Commissie van het Schadefonds, slachtofferadvocaat en onderzoeker

Arlette: “Vooral in de rechtszaak over de MH17-ramp heb ik geleerd hoe belangrijk het voor slachtoffers is dat zij ook in immateriële belangen gezien worden. In dit licht bezien zit het Schadefonds op goud.

Lees het verhaal

“De expertise van het Schadefonds over schadevergoedingen moet beter worden benut”

Siewert Lindenbergh | Hoogleraar Privaatrecht aan de Erasmus Universiteit, advocaat-generaal bij de Hoge Raad en oud-commissielid bij het Schadefonds.

Het is hoog tijd om het Schadefonds een stevigere positie te geven bij het toekennen van schadevergoedingen, vindt Siewert.

Lees het verhaal

“De tegemoetkoming is minder belangrijk, het gaat vooral om de erkenning”

Gerben Cabboort | Adviseur Landelijk Expertiseteam Seksuele Misdrijven

Bij het Landelijk Expertiseteam Seksuele Misdrijven adviseert Gerben zijn collega’s op de werkvloer, plus beleidsbepalers binnen politie en ministeries. Waar houdt hij zich mee bezig?

Lees het verhaal