“Je leert femicide pas herkennen als je het zo blijft noemen”
Barbara Godwaldt, nabestaande van een slachtoffer van femicide, en specialist en adviseur op het gebied van preventie van intieme terreur en femicide.
In 2020 verloor Barbara Godwaldt haar zus Gea door femicide. “Haar man bracht haar om het leven op het moment dat zij de relatie wilde beëindigen.” Naast het enorme verdriet ervoer ze ook veel frustratie, vanwege de onkunde over femicide en intieme terreur in de samenleving, politiek en media. Ze besloot de strijd aan te gaan: intussen geldt ze als een van de belangrijkste belangenbehartigers van nabestaanden en kinderen van slachtoffers.
Toen Barbara zich verdiepte in femicide en de patronen die daaraan voorafgaan, kwam ze tot een pijnlijke conclusie. “Bij het lezen van al die onderzoeken besefte ik dat mijn zus en ik dit hadden kunnen zien aankomen, als we de informatie vóór die tijd hadden gehad.”
Plan van aanpak ‘Stop Femicide’
Gaandeweg ontstond het idee om een aanpakplan tegen femicide te schrijven. Intussen had ze zich ook aangesloten bij de Federatie Nabestaanden Geweldsslachtoffers (FNG). “Tot mijn schrik zag ik dat veel andere leden ook iemand door femicide hadden verloren.”
Dat plan kwam er: samen met anderen die hetzelfde was overkomen, zette ze een stevig doortimmerde aanpak op papier. “Daarmee zijn we naar de overheid gegaan. Het werd de basis van het landelijke plan van aanpak Stop Femicide, dat in 2024 werd gelanceerd.”
Geen formele erkenning
Van het Schadefonds had ze nog nooit gehoord. De casemanager van Slachtofferhulp attendeerde haar en haar familie erop. Zijzelf, haar vader en de dochter van haar zus kregen een tegemoetkoming als nabestaande. “Als geweld je overkomt, kost dat veel geld. Dingen waar je normaal nooit aan wil denken: het vervoer van het lichaam, de begrafenis, de opvang van mijn nichtje. Zij was op dat moment eigenlijk thuisloos: al haar spullen lagen op een plaats delict.”
Er kwam geen rechtszaak: de dader maakte ook een einde aan zijn eigen leven. “Naast het verlies trok mij dit het meeste onderuit: het gevoel dat er geen formele erkenning zou komen voor het feit dat hij mijn zus om het leven had gebracht.”
Blijf het femicide noemen
Daarbij werd in de berichtgeving gesproken over een familiedrama, waarbij het leek alsof er twee gelijkwaardige slachtoffers waren. “Bijna alsof het een ongeluk was.” Het eerste punt in het aanpakplan was dan ook: stop met termen als ‘familiedrama’, ‘geweld in de relationele sfeer’ of ‘crime passionnel’.
“Stop met termen als ‘familiedrama’, ‘geweld in de relationele sfeer’ of ‘crime passionnel’. Noem het femicide, want dat is wat het is.”
“Noem het femicide, want dat is wat het is.” Door telkens de juiste term te gebruiken, wordt ook zichtbaar dat er meestal intieme terreur aan voorafgaat: een langere periode van controle, dwang en onderdrukking. “Je leert het pas herkennen als je het steeds hetzelfde noemt en het grote publiek leert wat de rode vlaggen zijn.”
Genderongelijkheid bestaat
Het plan van aanpak maakte ook inzichtelijk dat femicide niet los kan worden gezien van de bredere maatschappelijke ongelijkheid tussen mannen en vrouwen. “Genderongelijkheid bestaat. De samenleving begrijpt geleidelijk aan beter hoe seksueel en relationeel geweld draait om macht, controle en het zich toe-eigenen van vrouwen.”
“Vroeger deden we veel meer aan victim blaming: waarom gaat ze daar ook fietsen, waarom draagt ze die kleding, waarom heeft ze gedronken? Dat is nu minder, maar we zijn er nog niet.” En: het is een kwestie van zowel vrouwen als mannen, benadrukt ze. “Het is mooi als vrouwen mannen aanspreken, maar het is nog beter als mannen dat onderling gaan doen.”
Nog een plan van aanpak
Wat begon vanuit een gevoel van onrecht, groeide uit tot werk. Barbara werkt nu als specialist en adviseur op het gebied van preventie van intieme terreur en femicide. Dit doet ze onder meer bij de Blijf Groep, Movisie en via haar eigen adviesbureau Stop Femicide.
En ze bleef schrijven. In november 2025 omarmde het kabinet een nieuw aanpakplan, nu voor kinderen van slachtoffers van femicide, en vrouwen die femicide overleefden. Ook hier was Barbara de drijvende kracht.
Kinderen verdienen ook hulp
“Kinderen die hun moeder verliezen, stagneren in hun ontwikkeling. Ze lopen vertraging op, op school of in de studie. Bovendien zijn er extra zorgkosten en hebben ze meer kans om schulden te maken. Tegelijk hebben ze geen ouders meer op wie ze financieel kunnen terugvallen.”
Toch zijn het juist deze kinderen die, als ze verder zijn in hun verwerking, veel waarde hechten aan zichzelf ontwikkelen. Ze willen sterk in de maatschappij kunnen staan. “Wij helpen daders om opnieuw een plaats in de maatschappij te vinden. In mijn ogen doen we dat nog niet genoeg voor slachtoffers.”
“Wij helpen daders om opnieuw een plaats in de maatschappij te vinden. In mijn ogen doen we dat nog niet genoeg voor slachtoffers.”
Meer maatwerk
Ze vindt dan ook dat kinderen niet alleen als nabestaanden, maar als directe slachtoffers moeten worden gezien. In sommige Zuid-Amerikaanse landen is dit wettelijk al zo geregeld. “Die kinderen hebben levenslang recht op studie, financiële ondersteuning en psychische hulp.”
Dit zou wat haar betreft ook realiteit mogen worden in Nederland. Hierbij pleit ze voor een grote rol voor het Schadefonds: dat zou in de toekomst meer ruimte moeten krijgen om rekening te houden met de werkelijke gevolgen van een misdrijf. Meer geld dus, en meer maatwerk.
“De gevolgen verschillen namelijk sterk per persoon. Het gaat erom dat mensen de kans krijgen om hun leven weer op te bouwen zoals zij dat anders ook hadden gedaan. Een moeder kun je niet teruggeven aan hen, maar wel een stuk van hun leven.”
Lees meer verhalen
“Laat slachtoffers het Schadefonds niet missen”
Monique de Groot | Directeur Schadefonds Geweldsmisdrijven
Wat doet het Schadefonds Geweldsmisdrijven voor slachtoffers van geweldsmisdrijven of seksuele misdrijven? Directeur Monique de Groot legt het graag uit.
“Psychisch geweld maakt mensen langzaam steeds kleiner”
Sietske Dijkstra |Psycholoog, onderzoeker, docent, coach en commissielid bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven
Wie met Sietske Dijkstra over psychisch geweld praat, merkt dat ze voortdurend schakelt tussen wetenschap en praktijk.
“De vraag ‘Waarom ga je niet bij hem weg?’ zullen wij nooit stellen”
Tanya Hoogwerf | Manager Filomena
Huiselijk geweld en intieme terreur blijven vaak jarenlang verborgen. Achter de voordeur, in alle lagen van de samenleving. Een stille epidemie, waarvan Tanya Hoogwerf de gevolgen iedere dag ziet. Als manager van Filomena pleit ze voor een integrale aanpak, waarin slachtoffers direct de juiste hulp krijgen.
