Arno

“Het juridisch systeem moet er zijn voor de burgers, niet andersom”

Arno Akkermans, emeritus hoogleraar privaatrecht

Arno Akkermans, emeritus hoogleraar privaatrecht

Lees 50 inspirerende verhalen
Meer verhalen

Een gesprek met ouders van een ernstig gewond kind veranderde de manier waarop Arno Akkermans naar zijn vak keek. In het aansprakelijkheidsrecht werd schadevergoeding lange tijd min of meer gelijkgesteld aan genoegdoening. Door schade en schande leerde hij dat slachtoffers meer belangen hebben dan enkel financiële compensatie.

Tot aan dat bewuste gesprek was hij overtuigd van zijn logische redenering: “Procederen over geld omdat je wilt voorkomen dat hetzelfde ongeluk nog eens gebeurt? Dat vond ik nergens op slaan, want de aansprakelijkheidsprocedure is daar helemaal niet voor geschikt.”

Onverteerbaar

Kortom, de systeemwereld van wetten en regels was leidend in zijn denken. Met die insteek ging hij het gesprek aan met de ouders van een kind dat bij een verkeersongeval blijvend gehandicapt was geraakt. Zij streden met de gemeente over de aansprakelijkheid, maar vooral over de onveilige verkeerssituatie.

Het was voor hen onverteerbaar dat die nog steeds zo bestond. “Pas als ze zeker wisten dat het veiliger was geworden, zouden ze deze zwarte pagina in hun leven om kunnen slaan. Ik fietste naar huis terug en ik schaamde mij.”

Erkenning heeft vele gezichten

Waarom? “Omdat ik toen pas doorhad dat de essentie van het rechtssysteem moet gaan om wat slachtoffers zelf willen. Je bent keurig klassiek juridisch opgeleid in dat systeem, een expert zelfs, maar je weet helemaal niet wat dat systeem te bieden heeft.” Hij besefte dat mensen meerdere ‘gerechtigheidsbelangen’ hebben: belangen waaraan het recht zou moeten bijdragen om hen daadwerkelijk recht te doen.

Voor deze belangen wordt vaak het algemene woord ‘erkenning’ gebruikt, maar Arno wil dit verfijnen naar allerlei aspecten. “Het kan onder andere gaan om gehoord en geloofd worden, om excuses krijgen, weten wat er is gebeurd of voorkomen dat anderen hetzelfde overkomt.”

“Het kan onder andere gaan om gehoord en geloofd worden, om excuses krijgen, weten wat er is gebeurd of voorkomen dat anderen hetzelfde overkomt.”

Responsief recht

Het enige gerechtigheidsbelang dat tot nu toe is geïnstitutionaliseerd in het systeem, is een schadevergoeding. Arno ziet wel een kentering: “Mede door onderzoek is het inzicht neergedaald dat we met alleen geld volstrekt onvoldoende te betekenen hebben voor burgers.”

Daar past volgens hem een andere benadering van het recht bij. Hij spreekt over responsief recht: niet alleen procedures en juridisch juiste uitkomsten zijn belangrijk, maar ook de vraag of het recht antwoord geeft op de behoeften van burgers.

“Het juridisch systeem moet er zijn voor de burgers, niet andersom. Als het systeem niet de juiste antwoorden oplevert, moet het aangepast worden.”

Secundaire victimisatie tijdens hoorzitting

Het script van een juridische procedure kan zelfs averechts werken. Arno ondervond dat tijdens zijn werk voor het Schadefonds. Als jurist en wetenschapper was hij betrokken bij de civiele regeling voor slachtoffers van seksueel misbruik in jeugdzorginstellingen en pleeggezinnen. Deze was opgezet door JenV en uitgevoerd door het Schadefonds (2013-2017).

In de regeling was nauwelijks nagedacht over hoe een slachtoffer werd ontvangen, gehoord en bejegend. “Gelukkig gingen de hoorzittingen met beide partijen meestal goed doordat de zorginstellingen het fatsoen hadden om de verhalen van slachtoffers niet juridisch te bestrijden.”

Maar soms verscheen een instelling met een advocaat en werd hun relaas wel degelijk juridisch betwist: “Dat was ronduit secundair victimiserend.” Daarop werd een andere oplossing gezocht en gevonden: alleen als een instelling de ervaringen van slachtoffers kon aanhoren en excuses wilde aanbieden, vond een gezamenlijk gesprek plaats. Anders werden de partijen apart gehoord.

Schadefonds als voorloper

Volgens hem een typisch een voorbeeld van de leefwereld die een work around verzint om de systeemwereld te laten doen wat die geacht wordt te doen: erkenning bieden. “Hoe volkomen inadequaat het klassieke juridische denkkader is, heb ik daar echt aan den lijve ondervonden. Het recht doet niet wat het moet doen en het doet wel wat het niet moet doen.”

In het Schadefonds herkent Arno veel van de ontwikkeling die hij bepleit. “Het is een van die organisaties die als een soort katalysator heeft gewerkt voor de ontwikkeling dat het recht en het rechtssysteem veel meer oog krijgen voor immateriële belangen van mensen.”

Blijf kritisch

Hij ziet hoe medewerkers meer bellen, oplossingsgerichter en empathischer werken en persoonlijk contact zoeken. Minstens zo belangrijk vindt hij de cultuur. “Ze hebben een soort permanente antenne uitgestoken: zijn we wel goed bezig? Er is bereidheid om kritisch naar het eigen functioneren te kijken en dit indien nodig aan te passen.”

Het Schadefonds is volgens hem al ‘redelijk verlicht’. De uitdaging is om aandacht te blijven geven aan erkenning: “Die moet consequent terugkomen in gesprekken, beslissingen en brieven, ook als een aanvraag wordt afgewezen.”

Meer geld, direct aan het begin

Zijn grootste kritiek richt zich op de positie van het Schadefonds in het totale stelsel. Slachtoffers moeten soms jarenlang in een strafprocedure strijden voor schadevergoeding, terwijl de overheid uiteindelijk alsnog betaalt wanneer verhaal op de dader niet mogelijk is.

“Waarom betaalt het Rijk alles pas bij de uitspraak, na jaren van ellende? Geef het Schadefonds de opdracht om veel meer schade te vergoeden, meteen aan het begin.”

“Waarom betaalt het Rijk alles pas bij de uitspraak, na jaren van ellende? Geef het Schadefonds de opdracht om veel meer schade te vergoeden, meteen aan het begin.”

Hoe rechtvaardig is het systeem?

Laat slachtoffers vervolgens zelf bepalen welke rol zij in het strafproces willen spelen, stelt hij. “Schadevergoeding zou daarvan niet afhankelijk moeten zijn. Dit vind ik een serieuze weeffout in het systeem.”

Uiteindelijk gaat het om de maatstaf waarlangs het rechtssysteem zichzelf beoordeelt. “Niet de vraag of de regels correct zijn toegepast, maar of het recht daadwerkelijk tegemoetkomt aan de gerechtvaardigde gerechtigheidsbelangen van burgers. Dat bepaalt de waarde van onze instituties.”

[Sassy_Social_Share title=”Delen”]

Lees meer verhalen

Monique de Groot, Directeur-secretaris Schadefonds Geweldsmisdrijven. Geïnterviewd voor het 50 jarig bestaan.

“Laat slachtoffers het Schadefonds niet missen”

Monique de Groot | Directeur Schadefonds Geweldsmisdrijven

Wat doet het Schadefonds Geweldsmisdrijven voor slachtoffers van geweldsmisdrijven of seksuele misdrijven? Directeur Monique de Groot legt het graag uit.

Lees het verhaal
Iva Bicanic, geïnterviewd voor het 50-jarig jubileum van het Schadefonds.

“Het Schadefonds mag zichzelf meer in de kijker spelen”

Iva Bicanic | Founding mother van het Centrum Seksueel Geweld, directeur kennisontwikkeling bij het Landelijk Centrum Seksueel Geweld, hoogleraar seksueel misbruik van kinderen en klinisch psycholoog aan het UMC Utrecht

Iva: “Het actief aanbieden van laagdrempelige hulp werkt erg goed.”

Lees het verhaal
Gerben Cabboort, adviseur Landelijk Expertiseteam Seksuele Misdrijven. Geïnterviewd voor het 50 jarig jubileum van het Schade

“De tegemoetkoming is minder belangrijk, het gaat vooral om de erkenning”

Gerben Cabboort | Adviseur Landelijk Expertiseteam Seksuele Misdrijven

Bij het Landelijk Expertiseteam Seksuele Misdrijven adviseert Gerben zijn collega’s op de werkvloer, plus beleidsbepalers binnen politie en ministeries. Waar houdt hij zich mee bezig?

Lees het verhaal