“Niet zozeer het juridische systeem moet anders, maar de bejegening!”
Jos de Keijser, klinisch psycholoog, psychotherapeut en voormalig bijzonder hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen
Jos de Keijser is klinisch psycholoog, psychotherapeut en voormalig bijzonder hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is gespecialiseerd in complexe rouw, met name na moord, suïcide en vermissing. “Erkenning heeft grote invloed op rouw, herstel, vertrouwen in de samenleving én het voorkomen van nieuw leed.”
Na een geweldsmisdrijf ziet Jos dat in de eerste periode vooral het onverwachte karakter, het geweld zelf en de boosheid overheersen. Het rouwproces komt hierdoor later op gang, terwijl goed kunnen rouwen belangrijk is voor herstel.
Traumatische boosheid
Vooral boosheid kan dat herstel behoorlijk in de weg zitten: die kan zo groot worden dat het ook andere delen van iemands leven gaat beheersen. “Dit heet traumatic anger: een boosheid die als een schild over verdriet en verlies heen ligt.”
“Vooral boosheid kan herstel behoorlijk in de weg zitten: die kan zo groot worden dat het ook andere delen van iemands leven gaat beheersen.”
Mensen met traumatische boosheid raken nogal eens relaties of werk kwijt. Uit zijn onderzoek naar nabestaanden van moord en de ramp met de MH17 blijkt dat langdurige, naar buiten gerichte boosheid samenhangt met slechter herstel.
Het goede nieuws is dat een combinatie van EMDR en cognitieve gedragstherapie effectief blijkt bij het op gang brengen van rouwverwerking en dus herstel, zo blijkt uit diverse onderzoeken. “Er was een enorm verschil tussen de mensen met en zonder deze behandeling. Gelukkig is traumazorg inmiddels vanzelfsprekender en beter toegankelijk dan vroeger.”
Slachtofferschap als identiteit
Maar niet iedereen lukt het om boosheid los te laten. De strijd om erkenning kan zelfs zoveel tijd en ruimte gaan innemen, dat slachtofferschap uiteindelijk een onderdeel wordt van iemands identiteit.
“Het geleden onrecht fungeert dan als externe validatie van hun recht op slachtofferschap. Dit kan uitmonden in teleurstelling en uiteindelijk morele verwonding: een beschadigd vertrouwen in overheid, rechtvaardigheid en samenleving.”
Verticale erkenning
Het gevecht om erkenning wordt nog sterker wanneer iemand het gevoel krijgt niet alleen door de dader, maar ook door instituties niet te worden gezien of geloofd. Juist daarom vindt Jos dat instituties binnen het strafrecht zich bewust moeten zijn van de invloed die hun handelen op slachtoffers heeft.
“Het gevecht om erkenning wordt nog sterker wanneer iemand het gevoel krijgt niet alleen door de dader, maar ook door instituties niet te worden gezien of geloofd.”
Dit heet verticale erkenning: door ‘het systeem’ zoals de (rijks)overheid en de rechtspraak. “Het heeft een andere lading dan horizontale erkenning, die slachtoffers en nabestaanden krijgen van familie, vrienden en lotgenoten.”
Trauma in de rechtszaal
Een belangrijke kans voor verticale erkenning is te vinden in de rechtszaal. Daarom geeft Jos trainingen aan rechters en officieren van justitie over trauma-geïnformeerd werken, samen met Maarten Kunst (zie het interview met Maarten). Een veelvoorkomend psychologisch begrip hierin is window of tolerance: de bandbreedte waarbinnen je normaal kunt reageren en niet gehinderd wordt door spanning.
“Bij veel spanning kunnen slachtoffers of nabestaanden uit hun window schieten en in de modus komen van vechten, vluchten of bevriezen. Het enige wat nog telt is: ik moet me veilig voelen.”
In een rechtszaal kunnen slachtoffers bijvoorbeeld heel boos worden, of juist zonder emoties reageren. “Als een rechter zegt: u zit er wel heel onderkoeld bij, dan begrijpt hij of zij niet wat er in het brein van iemand gebeurt. Meer kennis voorkomt verkeerde conclusies.”
Slachtoffers ervaren ook erkenning door zichtbaar bewijs dat hun verhaal is gehoord. “Dat kan door minstens één concrete zin van hun verhaal terug te laten komen in het vonnis. Een algemene samenvatting is te weinig.”
Spreekrecht is geen morele plicht
Over het therapeutische effect van het spreekrecht is hij opvallend genuanceerd. “Voor een aantal nabestaanden is het belangrijk en helpend, maar voor anderen kan afstand nemen juist beter zijn.” Slachtoffers en nabestaanden zouden dan ook veel duidelijker moeten horen dat níét spreken ook een volwaardige keuze is.
“Als je niet zelf wil spreken, maakt dat jou echt niet minder betrokken als nabestaande. Je kunt altijd iemand anders laten spreken namens jou. Ook de rechter kan jouw woorden voorlezen.” Om de morele druk te verlagen, zou een soort ‘bijsluiter’ bij het spreekrecht een goed idee zijn, constateert hij. “Het is een recht, niet een plicht.”
Het juridische eindproduct is emotie
De zorg voor nabestaanden en slachtoffers vindt hij goed geregeld, via het Schadefonds en de professionele casemanagers van Slachtofferhulp Nederland, “zeker vergeleken met het buitenland.” Alleen al dat slachtoffers niet zelf bij daders langs hoeven gaan voor schadevergoeding. Toch kan het beter als juristen en gedragswetenschappers meer met elkaar zouden optrekken in het slachtofferdomein.
“Juridische organisaties werken weliswaar met wetten en regels, maar hun beslissingen roepen altijd emoties op. Dat geldt voor de rechtbank, justitie en ook het Schadefonds. Hun uiteindelijke product is emotie, zoals tevredenheid of teleurstelling, en alles wat daar tussen zit.”
“Juridische organisaties werken weliswaar met wetten en regels, maar hun beslissingen roepen altijd emoties op. Dat geldt voor de rechtbank, justitie en ook het Schadefonds. Hun uiteindelijke product is emotie, zoals tevredenheid of teleurstelling, en alles wat daar tussen zit.”
Maar ja: juristen vinden emoties lastig en psychologen vinden procedures en regels lastig. “Toch zullen we het samen moeten doen. Niet zozeer het juridische systeem moet anders, maar de bejegening, zodat slachtoffers zich écht gehoord voelen.”
Van herstel naar preventie
Erkenning is niet alleen goed voor herstel maar werkt ook preventief. “In de geestelijke gezondheidszorg is preventie al tijden grotendeels wegbezuinigd. Maar wie langdurig miskend wordt, kan vastlopen, afhaken of steeds nieuwe procedures beginnen.” Hij pleit daarom voor investeren in vroege erkenning, omdat dit later psychisch leed én maatschappelijke kosten voorkomt.
“En een organisatie die zoveel weet over slachtoffers, trauma en erkenning als het Schadefonds, zou geknipt zijn om eerder in de keten een rol op te pakken. Bijvoorbeeld door samen met andere partijen preventieve projecten te ontwikkelen. Dat klinkt visionair, maar wat mij betreft een waardevolle denkrichting. Postvention is prevention for the next generation.”
Lees meer verhalen
“Het gevoel dat het Schadefonds hen serieus neemt, weegt voor de meeste slachtoffers minstens zo zwaar als een tegemoetkoming”
Kelly van den Berg | Jurist Slachtofferhulp Nederland
Kelly staat slachtoffers bij als er veel tegelijk op hen afkomt. Bij de aangifte, tijdens een strafzaak en bij een aanvraag bij het Schadefonds helpt zij hun wensen en schade duidelijk te maken.
“Het Schadefonds mag zichzelf meer in de kijker spelen”
Iva Bicanic | Founding mother van het Centrum Seksueel Geweld, directeur kennisontwikkeling bij het Landelijk Centrum Seksueel Geweld, hoogleraar seksueel misbruik van kinderen en klinisch psycholoog aan het UMC Utrecht
Iva: “Het actief aanbieden van laagdrempelige hulp werkt erg goed.”
“Hoe eerder het herstel kan beginnen, hoe beter”
Rosa Jansen | Voorzitter Raad van Bestuur Slachtofferhulp Nederland
Hoe help je slachtoffers verder na een ingrijpende gebeurtenis? Rosa Jansen, voorzitter van de Raad van Bestuur van Stichting Slachtofferhulp Nederland, vertelt hoe haar organisatie dagelijks klaarstaat voor slachtoffers.
